Houvast

Overweging van Jan Groot op de 2e zondag veertigdagentijd,
16 maart 2025

Lezingen: Genesis 39, 6-17a.19-20 en Lucas 9, 28b-36

Lees of print je de overweging liever als PDF? Die vind je hier.

Hier vind je andere overwegingen (en hier de overwegingen tot april 2023).

Overweging

‘Kom bij me liggen’, zegt de vrouw des huizes tegen haar slaaf Jozef. We hoorden het verhaal, compleet met de doortrapte afloop.
Dit soort verhalen trekt vlug onze nieuwsgierige aandacht, maar eigenlijk en feitelijk zijn ze schokkend. Jozefs verhaal met mevrouw Potifar speelt op het tere levensgebied van intimiteit, tederheid en seksualiteit, en daar luistert het nauw; daar kun je wonden oplopen, wonden aan je ziel.
Als we dat nog niet wisten, dan weten we dat de laatste jaren maar al te goed, na alle misbruikschandalen en Me-Too-verhalen. ‘Kom bij me liggen’, probeert ze steeds, en als ze haar zin niet krijgt, grijpt ze hem, als de kust veilig is, op een keer bij zijn kleren; maar Jozef ontsnapt haar, en dan liegt ze hem de gevangenis in. Een vrouw is in dit verhaal van macht en geweld de kwade genius, maar in de praktijk van eeuwen en eeuwen zijn het veel vaker mánnen die de dader waren en zijn.

Jozef staat in het verhaal voor mij voor mensen, vrouwen en mannen, die integer zijn, betrouwbaar, die vasthouden aan wat in het mensenverkeer kostbaar is en van grote waarde; hij luistert naar zijn geweten, naar God. Hij is daarin een sprekend voorbeeld. Hij dóet wat de tussenzang, psalm 15, zingt: ‘doe recht, spreek waarheid …  wees trouw, verloochen je naaste niet’.

Ik maak met jullie nu eerst de overstap naar onze rumoerige dagen en alle onzalige dingen die er op het wereldtoneel gebeuren. Dat zijn dingen waar velen van ons zich grote zorgen over maken. Steeds weer in de geschiedenis veroorzaken de machtigen van de aarde dit soort onheil, en steeds weer moeten mensen naar houvast zoeken om de tijden te doorstaan.

Maar hoe kunnen we dat doen, de tijden doorstaan?
Beatrice de Graaf, een bekende geschiedenisprofessor, heeft een bijzonder antwoord dat zij o.a. bij de heilige Augustinus vindt. Die maakte rond het jaar 400 tijdens de ondergang van het Romeinse Rijk, barre tijden mee, en een uitdagend motto van hem was: ‘wij zijn de tijden’. En wat kan de sleutel zijn? De Graaf pleit voor de zeven zogeheten ‘kardinale deugden’ uit de katholieke traditie. Deugden zijn niet enkel waarden of idealen, nee: deugden worden gedáán, concreet, in de praktijk van het leven. Noem ze eens op, die zeven sleuteldeugden?

Hier komen ze:
wijsheid, moed, rechtvaardigheid en beheersing,
plus de grote drie: geloof, hoop en liefde.

Die deugden, zegt de Graaf, bieden een uitweg, een perspectief voor ons, de kleine mensen die wij zijn: door de deugden te beoefenen, op onze plek in het leven,doen we wat we kunnen, meer hoeft niet. Opgestapelde kleine goedheid doet altijd weer wonderen!

Ga nu nog even mee terug naar Jozef. Ik lees uit zijn verhaal van vandaag dat hij deugt. Ik zie de hoofddeugden bij hem terug: hij is wijs (later in zijn leven zal dat ook blijken), hij is moedig, hij is rechtvaardig (loyaal aan zijn baas Potifar), en ja, hij weet zich te beheersen! En hij gelooft: ‘hoe zou ik kunnen zondigen tegen God?’

We kunnen ons machteloos voelen bij de ongehoorde dingen die gebeuren in de wereld, sommigen van ons worden er somber van, kijken niet meer naar de journaals of de talkshows. Ik vind het pleidooi voor de deugden een groot goed en een kostbaar houvast, juist voor onze dagen, juist ook in de Veertigdagen. Laat je niet uit het veld slaan! Doe wat je kunt: wees wijs en moedig, en rechtvaardig, en leef met maatgevoel! Oefen je (met name in de Veertigdagen) in geloof, in hoop, en in liefde, alledaags en dichtbij huis. Ik moet als voorbeeld denken aan alles wat vrijwilligers, ook in onze gemeenschap, doen. Wist u dat? Zwolle heeft - naar verhouding -  de meeste vrijwilligers van het land; er is berekend dat het er zo’n 30.000 zijn! Doe wat je kunt, is het motto; het ónmogelijke is niet te doen en wordt van niemand gevraagd.

En tenslotte …
Oude verhalen vertellen dat mensen in moeilijke tijden, in tijden van oorlog bijvoorbeeld, de weg naar de kerken zoeken; daar, in de liturgie, kunnen we nieuwe moed verzamelen. Dat is nou precies wat er met Jezus’ vrienden gebeurt, daar boven op de berg, het is een soort liturgie. Kijk maar:
ze gaan naar boven om te bidden, zegt Lucas. De Schriften gaan open: Mozes en Elia worden er gezien, in het gezelschap van Jezus, in het stralend wit van de hoop en ze spreken er over de harde werkelijkheid van zijn levenseinde in Jerusalem. En uit de wolk een stem van omhoog: ‘dit is mijn zoon, luister naar Hem’.
Als dat alles bij elkaar geen liturgie is, dan weet ik het niet. Ze worden opgetild, het is even de hemel op aarde!
Maar op de berg, in de kerk, kun je niet blijven: ze moeten terug, zij en wij moeten verder, en we mogen gáán, geladen met licht.

Wij kunnen deze tijden doorstaan! Hou je vast aan wat ons uit de schatkamer van het geloof gegeven wordt. En lééf waar je leeft!