Broeder- en zusterschap

Overweging van René Dinklo OP op de 4e zondag veertigdagentijd,
30 maart 2025

Lezingen: Genesis 42, 1-6, 8-10, 13-24 en Lucas 15, 1-3 + 11-32

Lees of print je de overweging liever als PDF? Die vind je hier.

Hier vind je andere overwegingen (en hier de overwegingen tot april 2023).

Overweging

Deze kerk en dit klooster is toegewijd aan Thomas van Aquino. In de claustrumgang in de rozetten van de glas-in-loodramen, die helaas nu niet te bezichtigen zijn, staat het roepingverhaal van Thomas uitgebeeld. Eén rozet vertelt het volgende verhaal:
De welgestelde familie van Thomas zag met lede ogen aan dat hij dominicaan wilde worden. Een bedelorde die pas was ontstaan. Op weg naar Parijs werd Thomas door zijn oudere broer Reginaldo onder dwang ontvoerd met de bedoeling hem naar zijn moeder in Roccasecca terug te brengen in de hoop dat hij af zou zien om dominicaan te worden en om hem te behouden voor de positie van abt van Montecassino. Onderweg tijdens een overnachting op het kasteel Monte San Giovanni probeerde Reginaldo zijn jongere broer tot andere gedachten te brengen door een prostituée naar diens kamer te sturen. Maar Thomas verdreef haar door te dreigen met een stuk brandhout uit het haardvuur. Teruggekomen in Roccasecca kreeg hij een jaar huisarrest.
Van je familie moet je het maar hebben… niet waar?

Dat zou ook de Bijbelse Jozef gezegd kunnen hebben.
Jozef komt uit wat je nu zou zeggen een disfunctioneel gezin. De broers van Jozef hadden geen goede reputatie en allerlei verhalen over hen deden de rondde. Jozef was de oogappel van zijn vader en de broers ontwikkelden een blinde haat tegen Jozef. Deze haat leidde tot plannen om hem uit de weg te ruimen. Uiteindelijk werd Jozef als handelswaar verkocht en de broers logen hun vader voor door te suggereren dat Jozef door wilde dieren was verscheurd. Gedrag dat broers en zoons volstrekt onwaardig is.
Jozef ziet zijn broers terug in Egypte. Hij bekleedt één van de machtigste posities in Egypte. Zijn broers komen naar Jozef om bij hem voedsel te kopen maar zij herkennen hem niet.
Wat gebeurt er nu in dit weerzien?
De hele clou van de verhalen rond Jozef is dat de kinderen van Jakob, broers, broeders van elkaar dienen te worden en zonen van hun vader Jakob.
Jozef handelt met het uiteindelijke doel dat hij met zijn bloedverwanten, de zonen van Jakob, echte broeders van elkaar zullen worden.
Jozef treedt in de eerste plaats op als bestuurder tegenover zijn broers. Emotioneel heeft hij het er zwaar mee. Hij gaat ze uittesten of ze kunnen groeien naar oprechte broederschap. Jozef gijzelt daarom  één van zijn broers, Simeon,  en de andere broers krijgen hem pas terug als zij samen met hun jongste Benjamin weer terugkomen. Dus alle broers moeten eerst aanwezig zijn om oprechte broeders van elkaar te kunnen worden. En dan spreekt Ruben met irritante woorden die vaker klinken in allerlei situaties: ‘Had ik jullie niet gezegd….’ Ruben heeft zijn broeders echter toen niet weerhouden dus hij is net zo goed medeplichtig. Ruben als eerstgeborene is niet meer relevant en had zijn eerst geboorterecht al verspeeld zonder dat hij dat besefte.
Maar langzaam schuiven de broers op in de goede richting. Tegenover Jozef stellen zij zich voor als zoons van één man, niet ‘vader’ maar ‘man’ zeggen ze. Als ze later verslag doen van hun gesprek met Jozef aan hun vader, (in Genesis 42, 32), dan zeggen ze: ‘zonen van één vader’ i.p.v. zonen van één man. Zo zijn er nog meer subtiele tekstverwijzingen te vinden dat de broers langzamerhand groeien in de richting van ware broederschap en zoonschap.

Familiair gedoe is er ook in de gelijkenis van de Barmhartige Vader die we als evangelieverhaal gehoord hebben. Eén zoon eist zijn erfdeel op en zijn vader deelde vervolgens zijn vermogen  op tussen zijn beide zoons. Je zou dit ook als volgt kunnen zien. Het Rijk Gods is ondanks vele onvolkomenheden in onze wereld onder ons aanwezig. We hebben er deel aan. God, de Vader, heeft dat aan ons toevertrouwd. Wij zijn al deels in het bezit van dat Rijk Gods. Ook wij hebben ons erfdeel.
Maar wat doet de ene broer? Hij wendt zich af van zijn vader en gaat zijn eigen gang totdat hij totaal berooid is. Dan ontstaat bij hem inzicht èn ommekeer. Zijn vader die er intens naar verlangde om zijn zoon, die vertrokken was weer terug te zien en bleef hopen op dat moment, kon zijn zoon weer in de armen sluiten. Na het moment van bekering bij de zoon, volgt er verzoening in die omhelzing.
De zoon die was thuisgebleven reageerde verongelukt. Hij besefte niet dat hij al deel had aan het Rijk Gods en hij handelde er niet naar. Hij spreekt tegenover zijn vader over zijn broer als ‘die zoon van u’. Hier is geen sprake meer van broederschap.

Zusters en broeders,
Al deze verhalen wijzen naar één richting. Als mensen zijn wij allen kinderen van God. Willen we dat Rijks Gods meer gestalte geven op onze aarde in deze wereld dan zullen we verdere stappen moeten zetten om te groeien naar broeder- en zusterschap van elkaar en in zoon- en dochterschap van onze hemelse vader. Daar waar het misgaat liggen kansen voor inzicht, omkering en verzoening. Onze hemelse en barmhartige Vader wacht met open armen op ons als we weer de goede weg hebben gevonden. En kunnen we zelf zo barmhartig zijn als de Vader wanneer anderen die ons pijn hebben gedaan zich opnieuw en met berouw tot ons keren?

De zoon uit de gelijkenis die altijd was thuisgebleven, zal hij genoeg hebben aan de uitleg van zijn vader om toch feest te kunnen vieren of sluit hij zich buiten? We weten het niet. Wat zou jij doen? Dat is de vraag aan ons.
En komt het goed tussen Jozef en zijn broers en met hun vader Jakob? Dat zullen we volgende week zondag horen.
En is het goed gekomen tussen Thomas van Aquino en zijn familie toen hij tegen de wil van zijn familie zich definitief bij de dominicanen aansloot?
Ik weet het niet zeker, maar ik denk het wel en dat baseer ik op het gegeven dat hij in zijn latere jaren optrad als testamentair executeur van de boedel van zijn zwager. Daarmee bekleedde hij een vertrouwenspositie binnen zijn familie.
Mogen wij in deze tijd van omkering en bezinning groeien in broeder- en zusterschap als kinderen van één Vader.