Overweging van Corinne van Nistelrooij OP in de viering op de 11e zondag door het jaar, 16 juni 2024.
Lezingen: Ezechiël 17,22-24 en Marcus 4,26-34
Lees of print je de overweging liever als PDF? Die vind je hier.
Hier vind je andere overwegingen (en hier de overwegingen tot april 2023).
OVERWEGING
Bij de eerste lezing vandaag vertoeft God waarschijnlijk in een zuidelijk land. We horen daar dat hij aan de slag gaat met een prachtig hoge ceder, een brede naaldboom. Ze doen denken aan onze coniferen, maar ze zijn breder. Blikvangers zijn het!
Naaldbomen staan voor het contact tussen hemel en aarde, contact tussen God en mens, tussen de doden en de levenden. Vanwege hun enorme lengte (een ceder kan wel 60 meter hoog worden) reiken ze niet alleen letterlijk naar de hemel, ook figuurlijk vervullen ze ook deze rol. En God, de Heer, zegt: ik zal uit de hoogste takken een teer twijgje wegplukken, en dat zal ik planten op een hoge en verheven berg.
Deze tekst is van lang geleden. De profeet Ezechiël aan wie deze tekst is toegeschreven, leefde ten tijde van de Babylonische ballingschap, 6e eeuw voor Christus. In die tijd stond de Babylonische koning Nebukadnessar, twee maal voor de poorten van Jeruzalem. De stad werd ingenomen en verwoest, grote groepen van de bevolking werden in ballingschap weggevoerd. Je zou kunnen zeggen dat van de grote cipres, het beloofde land, dus niet veel over blijft. Maar een klein twijgje, een klein rest, gaat de aanzet vormen voor een nieuw begin. Er zal iets bijzonders uit tevoorschijn komen. Je ziet het misschien nog niet maar God is van plan het te maken! Door het initiatief van God zal de dorre boom op een ándere manier tot nieuw leven komen. Kans op een nieuw begin.
Zo gaat het ook met onze levensboom, die is als de Kringloop van het leven. Er zijn fases waarin gesnoeid wordt er zijn verschillende stadia en situaties die elkaar opvolgen. Het is een proces van verandering en vernieuwing en toch blijft er ook een zekere balans.
Alleen… wij erváren die balans niet altijd direct. Een sterke, hoge boom die geveld wordt, zo schrijft Ezechiël. Een gezónde boom, God laat hem verdorren.
Dat is niet wat je wilt! Je wilt niet dat er een eind komt aan een gezonde situatie. Je wilt aan het werk blijven, je wilt kunnen blijven bewegen, kunnen horen, kunnen zien. Je wilt dat alles blijft zoals het ooit was. En tevens weet je dat dat niet kan omdat het leven altijd in beweging is. Omdat Gód altijd in beweging is.
In ons leven proberen we de voorwaarden tot groei te scheppen. We zaaien, bemesten, doen ons best maar wat er uiteindelijk óp komt heb je niet helemaal zelf in de hand. Veel hangt af van factoren buiten jezelf.
Dat God die kleine boom doet groeien is een wonder. En het is goed om je te realiseren dat die kleine boom eens de top was die uit de hoge boom gesneden werd. Iets van die oude, sterke boom komt dus, op een heel andere manier, op een andere plek, tot wasdom. Zo gaat het leven dóór, zo ontwikkelt de tijd zich steeds verder.
Soms zijn wij mensen bang. Dan laten we ons leiden door angst voor het onbekende, zijn we bang voor nieuwe technieken, zien we vooral nadelen en hebben kritiek op nieuwe ideeën. Maar dan is het goed om je te realiseren dat de weerstand tegen verandering net zo oud is als de mensheid zelve.
Jezus leert ons vandaag dat het zaad opschiet terwijl we niet weten hoe. Groeikracht is in stilte werkzaam. Eenmaal op gang is het niet te stuiten. In de natuur niet maar ook in onszelf niet.
En we horen dat zo’n klein mosterdzaadje kan uitgroeien tot een prachtige grote plant waar vogels van allerlei pluimage een plek zullen vinden. De gelijkenis vertelt ons dat Gods koninkrijk niet van buitenaf komt, maar groeit in en om ons heen.
Door het snoeien van de toppen wordt een vollere groei gestimuleerd, al lijkt dat in eerste instantie niet zo. Toch krijg je door het snoeien steeds meer uitlopers en dus een compactere, stevige boom.
Onze tegenslag, ons verdriet en teleurstellingen zijn niet wat we willen, zijn niet waar we om gevraagd hebben. Maar we groeien er wel van. We worden er completere mensen van, het geeft ons leven reliëf en diepgang. Ik denk wel eens: dat verdriet van het wegsnijden, de teleurstelling dat de groei beperkt wordt, het zijn geschenken van God, maar verpakt in zwart papier.
Ik zou willen zeggen: na verloop van tijd kun je misschien je dat zwarte papier er af halen. En wie weet lukt het dan om steeds meer het leven te gaan zien als door God gegeven.
Een gelovige houding vraagt van ons dat we leren te aanvaarden wat er in en om ons heen gebeurt. Daarvoor is het nodig dat wij mensen worden die gedurende ons leven steeds opnieuw verder durven te kijken dan ons beperkte zelf. En daarmee kunnen we onze blik richten op dat plantje verderop. Dat plantje dat nog klein is, maar toch alles al in zich heeft om tot fantastische bloei te komen en zelf vrucht te gaan dragen. Moge dat onze vreugde zijn: dat we steeds meer ontdekken en durven vertrouwen op de groei van Gods koninkrijk.