Overweging van Josephine van Pampus op de 29e zondag door het jaar, 20 okt 2024.
Lezingen: Psalm 33 en Marcus 10, 35 – 45
Lees of print je de overweging liever als PDF? Die vind je hier.
Hier vind je andere overwegingen (en hier de overwegingen tot april 2023).
Overweging
Die hun harten vormde – doorziet wat er in omgaat.
Het is onrustig in de groep leerlingen. Een onrust die met de dag groeit wanneer Jezus steeds vaker vertelt over wat komen gaat. Over de haat die groeit rondom hem, het wantrouwen. Over het verraad. De veroordeling. De moord. De opstanding. Zijn weg naar Golghota.
Hoe verhouden de leerlingen zich tot wat er komen gaat? Tot wat het onvermijdelijke is en de uiterste consequentie van hetgeen Jezus de afgelopen jaren heeft verkondigd en voorgedaan? Verhoud je je met de angst voor het lijden, of verhoud je je met de glorie die is voorzegd?
“Jij? Verraden? Gemarteld? Dood?? Dat nooit!” Heeft Petrus al eens eerder gezegd tegen Jezus. Het leverde hem een reprimande van Jezus op die hem berispt: “Houd mij niet tegen! Weg. Achter mij. Struikelblok”. Daar zijn ze stil van.
Maar zo rolt wel onafwendbaar een andere toekomst op hen af die Petrus de adem beneemt – en de andere leerlingen ook naar adem – levensadem doet snakken. Hoe moet het verder? En vooral: wat is hun eigen positie nu hierin? Ze maken ruzie over wie de belangrijkste is, en vandaag horen we over Jakobus en Johannes. Twee broers die zich alvast willen verzekeren van de beste plaats naast Jezus. Lieve Jezus, dat doe je toch wel voor ons? Want dan, ja dan zijn we zeker veilig. Als wij naast jou zitten kan ons niets gebeuren. Want jou vertrouwen we. En jij beschermt ons. Toch?
Koppen tegen elkaar, stelletje klungels. Hebben jullie dan nog niet door waar het om gaat? Maar hoe moet je je in Godsnaam verhouden met je angst voor het lijden, naast de glorie die is voorzegd?
Een tijd geleden was ik in Armenië. Het oudste christelijke land van de wereld, en het land van de Khachkars – kruisstenen. Ze staan op graven, op gedenkplaatsen, worden opgericht voor helden, huwelijken of geboortes, bij kloosters of in de kerk. Prachtig stéles uitgehouwen in steen, met decoraties - en met een kruis.
Maar nergens zie je een lijdende Christus afgebeeld op het kruis. Het kruis is geen martelwerktuig, het symboliseert integendeel een leven gevende kracht, een bloeiende levensboom. Met soms uitbottende takken, bloemen, granaatappels en een druivenrank. Het is een ankerkruis, het vertegenwoordigt de Verlosser, niet de gekruisigde. Een alles dragende boom, troostend, waar de aarde beschutting in vindt.
De cirkel die je vrijwel onder elke Khachkar ziet symboliseert de oneindigheid, de levenscyclus, vaak geflankeerd door duiven – symbool van de H geest, en een pelikaan in de hoek, die volgens de legende het bloed uit zijn zijde pikt om haar jong te kunnen voeden. Een eeuwenoud Christussymbool van opoffering.
En op de zeldzame Khachkar waar wel een Christusfiguur op kruis staat afgebeeld – er zijn er in heel Armenië slechts vier – zie je geen lijdende god-mens aan het kruis maar een Christus als overwinnaar van de dood. Staand op zijn voeten, handen opgeheven naar de hemel wordt de Eeuwige geprezen.
Kunnen jullie de beker drinken die ik zal moeten drinken? Vraagt Jezus aan zijn leerlingen. O ja, verzekeren ze hem, want dat hebben ze voor de eeuwige levensverzekering wel over. En ze zullen hem ook drinken - vrijwel alle leerlingen van Jezus zijn na Hem ook op een gewelddadige wijze vermoord. Maar, vervolgt Jezus, wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen, en wie van jullie de eerste wil zijn, zal ieders dienaar moeten zijn.
De weg van Jezus is geen veilige weg. Je bent zelfs niet veilig links en rechts van hem.
En er is ook geen verzekering voor jouw plek in de glorie. Het is een weg die onrustig is en maakt – in een wereld die mij zelf ook steeds ongeruster maakt.
Een paar weken geleden begon ik ergens een overweging met de woorden “sjonge, jonge, jonge, het is niet te geloven”. En dat is er bepaald niet minder op geworden.
Ik ben ongerust – en ik ben niet de enige. Ik ben ongerust over het onrustige geweld, haat, macht in oorlogen die niet meer te stoppen lijken. Maar ik ben nóg veel ongeruster over de haat en angst die hier in ons eigen land de kop opsteekt ten opzichte van de mens die je niet kent. Het antisemitisme aan de ene kant – de moslim haat aan de andere. Maar ook het verbijsterende idee om een bord te zetten bij een asielzoekerscentrum ‘hier wordt gewerkt aan uw terugkeer’. Of enkele reis Oeganda voor uitgeprocedeerden – als alternatieve ontwikkelingshulp die verder uiterst pijnlijk wordt afgeschaald. Je zal maar op zoek zijn naar veiligheid en geluk.
En ook: hoe wanhopig klein, bang en ongerust moet je eigenlijk zijn – zelfs in een kabinet - om zo’n tekstbord te bedenken, zulke haat te voelen voor een ander of zo’n plan met Oeganda te overleggen? Plaatsvervangend schaam ik me.
Maar het legt ook de vinger op een zere plek: wat doet de onrust met jou, met mij? En de neiging om veilig weg te kruipen naast iemand die het wel zal oplossen voor mij. Zoals de leerlingen hadden gedacht.
Waar de angst je bij de keel grijpt, je je daar door laat leiden, raak je ook je visioenen kwijt omdat het heden te groot is, te veel om te dragen, om los te laten, om verder te kijken. - Maar waar je voorbij gaat aan lijden, met oogkleppen doordendert op je eigen goddelijke weg – ook dan raak je het visioen van Gods koninkrijk kwijt.
En in die twee bewegingen loopt Jezus met zijn verhaal, loopt Hij zijn leven.
Tussen mensen die niet kunnen, niet willen zien dat er perspectief is in het leven.
En mensen die alle realiteit uit het oog verliezen. Die voorbijgaan aan verdriet en pijn.
Zo loopt die Jezus, de Messisas naar Jeruzalem zijn eigen ondergang en glorie tegemoet – met degenen die al zo lang bij hem zijn.
En wie welke plek heeft?
Als één ding het leven mij heeft geleerd dan is het dat je de toekomst niet in eigen hand hebt. Dat niets zeker is, en dat je het daar als mens mee hebt te doen. Dat je mag werken met hetgeen jou in het leven wordt gegeven, dat je je keuzes mag en moet maken, je stem moet laten horen. Maar ook dat je geleid wordt en je mag laten leiden door de God die jij als mens nu eenmaal niet en nooit in je zak zal hebben. Zitten aan de linker of rechterhand? Het is voor degene voor wie dat is bereid. En wie dat is? Dat is niet aan jou, niet aan mij, niet aan ons – en zelfs niet aan Jezus zelf.
Die hun harten vormde – doorziet wat er in omgaat. Tot ik thuiskom bij hem.