Herder der ziel

Overweging van Corinne van Nistelrooij OP tijdens de viering op de 16e zondag door het jaar, 21 juli 2024

Lezingen: Jeremia 23, 1-6 en Marcus 6, 30 - 34

Lees of print je de overweging liever als PDF? Die vind je hier.

Hier vind je andere overwegingen (en hier de overwegingen tot april 2023).

 

Overweging

Hoe gaat het met uw ziel? Voelt u zich bezield? Of zielloos? Heeft u contact met uw ziel?
Is datgene waar u in het bijzonder beeld van God bent nog ergens in u te vinden?
Natuurlijk, we zijn lichaam én geest, we zijn een lichamelijk en een geestelijk wezen. Maar hoe zit het met die kwetsbare binnenruimte, ons innerlijk dat we open kunnen doen maar ook af kunnen sluiten? Hoe staat het met die plaats van onze gevoelens van vreugde en verdriet, hoop en wanhoop? Hebben we contact met die kern, van waaruit we bij de ander kunnen zijn, van waaruit we verlangen naar een werkelijke ontmoeting met God?

De ziel is de plaats waar God en mens elkaar raken. Waar we ons láten raken door de ander, door onze omgeving. Die plek, ik denk dat Jeremia doelde op die plek bij de koningen. ‘Waar zit die in hemelsnaam bij jullie?”, vroeg hij. Jeremia klaagde de leiders van Juda aan die niets om het volk gaven. “Jullie hebben de schapen verjaagd en laten verdwalen in de droogte en jullie zijn ze niet gaan zoeken”, zo sprak hij tot hen. “En dáárom zoekt de Eeuwige jullie.” De God van Israël zal jullie voordoen wat het betekent om te zorgen. Om te zielzorgen, zou ik in het thema van vandaag willen zeggen.

Die leiders van Juda die bedoeld worden in deze lezing, leefden zo’n 6 eeuwen voor Christus. In die periode werden vele Joden opgepakt en naar Babylon gebracht, waar ze vele tientallen jaren moesten verblijven. De profeet Jeremia, die niet werd weggevoerd, verwijt de koningen en de leiders dat zij het land slecht hebben bestuurd.
Ik weet niet of Jeremia echt een deskundige was om de politiek te beoordelen. Het zal, zoals in alle politieke situaties, wel wat moeilijker en ingewikkelder geweest zijn. Wel zegt Jeremia iets heel belangrijks: koningen en allen die andere mensen begeleiden, moeten er zich voor inzetten om voor de ánder het werkelijk goede te doen. Oók, of eigenlijk, juist als de politiek verhit is.

Nou weet Jeremia wel heel precies wat God bedoelt en vraagt en zegt… Alsof God zich gedetailleerd met de politiek bezig houdt. Dat lijkt me niet! Ook al hoor je momenteel in Amerika iets anders na de mislukte aanslag op president Trump.
God in politiek verband voor je karretje spannen kan heel kwalijke gevolgen hebben.
Natuurlijk is politiek ingewikkeld maar God doet geen duidelijke politieke uitspraken en voor allerlei ingewikkelde situaties schrijft hij geen regels voor. Toch kan zijn woord kan wel een inspiratiebron zijn voor leiderschap. Ook voor ons!

In onze wereld hebben we geleerd om dingen gezamenlijk te doen. En het is een goede zaak om samen verantwoordelijkheid te dragen. Maar voor ieder mens is er een moment dat hij of zij terugvalt op zichzelf; in ons klinkt dan de stem van het eigen geweten. Op dat ogenblik zijn wij zelf de herder. Teruggeworpen op onze eigen verantwoordelijkheid en even eenzaam als die herder op de heide, moederziel alleen met zijn dieren. Het is niet eenvoudig om in dit alleen-zijn gewetensvol staande te blijven. Maar toch, ook dán wordt ons gevraagd om te zielzorgen. Ervoor te zorgen dat we onszelf eerlijk in de ziel kunnen blijven zien.

Want de ziel van jezelf, en zeker ook die van de ander, die doet er toe. En die doet er toe in relatie tot God. Ik heb dat in het thema van vandaag samengevat als: Herder der ziel. Jezus leefde ons dat thema voor. Ook hij zette zich als een herder in voor het heil der zielen, het heil dat mensen in hun kern het hardst nodig hebben. Met zijn woorden wil Jezus iedere mens iets laten voelen van de Liefde, de Liefde met een hoofdletter; van God. En van het belang van de liefde voor elkaar.

In het evangelie van vandaag is Jezus heel bezorgd om de leerlingen. Hij ziet dat ze toe zijn aan wat rust op een eenzame plaats, een beetje in de luwte, op afstand van de mensen. En dat herkennen we vast allemaal. Ook wij hebben zo nu en dan rust nodig om onze ziel te laven om daarna als herders anderen weer nabij te kunnen zijn. Want een goede herder pleegt geen roofbouw. Een goede herder zorgt ook goed voor zijn eigen ziel en lichaam.

Maar al gaat Jezus met zijn leerlingen naar een afgelegen plek, al gauw stromen van alle kanten de mensen toe. Het gaat duidelijk om mensen die niet zelf weten hoe op een zinvolle manier een goed leven te leiden. Zij missen blijkbaar iemand die hen bezielt, iemand die zorgt. Ze leken op schapen zonder herder, zo staat in het evangelie.

“Jezus onderwees de mensen toen langdurig”, zo eindigt het evangelie. Want hoewel Jezus zijn leerlingen rust gunde, zag hij ook dat de mensen een opbeurend woord nodig hadden. Wat zou hij gezegd hebben tegen een volk dat zó op zoek was naar bezieling? Wat zou ú zeggen in zo’n situatie?
Wat zegt u als in uw omgeving mensen even de weg niet meer weten? Of welke woorden zou u graag willen horen als u zoekend zou zijn?
Soms praat ik dan in gedachten met mezelf. “Ach pastor, ik zit er zo mee” denk ik dan. Dan probeer ik mijn probleem aan mezelf voor te leggen. Dan stel ik de vraag als bezorgde moeder omdat ik me ongerust maak over mijn kinderen, of als werknemer hier in de kerk, met alle perikelen die er spelen.
Of ik leg mezelf de zorgen van de wereld voor: problemen van ons kleine Nederland, met herders die alleen de witte schapen willen weiden… En dan probeer ik mezelf in gedachten te antwoorden
als herder, herderin.
Dat klinkt misschien gek, maar ik denk dat we allemaal wel eens tegen onszelf praten. Vaak helaas in negatieve zin: dan gaat het om veroordeling van onszelf, over tekortkomingen, dingen die we nagelaten hebben, vergeten zijn, niet konden doen. Maar zo’n gesprek met jezelf is natuurlijk niet de bedoeling. Het gaat om liefdevol herderschap, dat we in contact blijven met God, met de Liefde.
Want God kan voor ons een herder zijn, we kunnen het voor elkaar zijn én wij kunnen het voor onszelf zijn.

En dat een herder nodig is bleek afgelopen week wel: ik hoorde dat er woensdagavond rond half elf zomaar ineens tientallen schapen op de snelweg bij Arnhem liepen. Levensgevaarlijk voor de automobilisten die daar reden en voor de schapen zelf natuurlijk. En de eigenaar van de schapen was nergens te bekennen! Dit is wel een heel letterlijk voorbeeld van hoe het mis kan gaan als een herder zich niet bekommert om dat wat aan hem is toevertrouwd.

Laten we deze zomer onszelf en onze naasten dus maar bij de hand nemen en zo nu en dan lekker naar een rustige plek gaan. Om inspiratie op te doen en proberen herder te zijn van onze eigen ziel
én die van de ander.