Overweging van Corinne van Nistelrooij OP op de 30e zondag door het jaar, 27 okt 2024.
Lezingen: Jeremia 31, 7 - 9 en Marcus 10, 46 - 52
Lees of print je de overweging liever als PDF? Die vind je hier.
Hier vind je andere overwegingen (en hier de overwegingen tot april 2023).
Overweging
Ik vertel niks nieuws als ik zeg dat in onze samenleving heel veel mensen langs de kant van de weg staan. Net als Bartimeüs doen in onze maatschappij veel mensen niet mee. Ze worden buitengesloten, zijn afgeschreven, leven opgesloten. We hoeven niet ver te zoeken om deze mensen te vinden. Ze wonen in onze buurt, horen bij onze familie en op z’n tijd zijn we het allemaal zélf.
Ik denk aan degenen die ziek zijn, degenen die met een burn-out thuis zitten, mensen die gepest worden, mensen die in zorginstellingen wonen en amper buiten komen, ouderen die lichamelijk of geestelijk steeds meer beperkt worden, asielzoekers die maanden en maanden in centra moeten wachten op een beslissing over hun asielaanvraag en volgens het huidige voorstel na 3 jaar weer opnieuw in de wachtstand moeten. Buitengesloten, afgeschreven…
Vele mensen weten hoe het voelt om aan de kant van de weg te staan, weten hoe het voelt om toeschouwer te zijn van een leven waar je niet aan kunt of mag deelnemen. Het leven trekt aan je voorbij. Dat doet pijn, je voelt je alleen, onbegrepen. Dat doet iets met je zelfvertrouwen.
Dat is ook de plaats waar Bartimeüs zich in het evangelieverhaal bevindt. Hij is door de gang van zijn leven aan de kant terecht gekomen en heeft geen makkelijk bestaan. Hij is dubbelafhankelijk van anderen; hij is blind en daarbij ook bedelaar. Maar het verlangen zelfstandig mee te doen, het verlangen naar leven en geluk is niet uit hem verdwenen! Hij mag dan blind zijn maar hij ziet wat is….
Hij voelt wat in hem leeft aan levenslust en hij gelooft in een betere toekomst.
En dan hoort hij dat Jezus komt, en dat Jezus iemand is door wie mensen kracht vinden. Dat Jezus een man is die zijn aandacht laat uitgaan naar kleingemaakte mensen. Kortom; de blinde Bartimeüs ziet het met Jezus helemaal zitten! En als Jezus er aan komt schreeuwt hij zijn geloof uit.
‘Wees goed voor mij, Zoon van David, zorg dat ik weer kan zien. Dat ik weer een plaats krijg tussen de mensen’. Hij doet een beroep op medemenselijkheid. Jezus Zoon van David: heb medelijden met mij.
Eleison roept hij – Kyrie eleison – Heer, ontferm u over me. De uitroep van Bartimeüs is in feite een kyriegebed.
Toen ik het evangelie las dacht ik: hij is de enige die het lijkt te begrijpen. De rest is de menigte meelopers. “Geen idee wat er aan de hand is, maar ik ga toch maar even kijken naar die Jezus van Nazareth.” En een hele menigte loopt Jericho uit om een stukje mee op te lopen met Jezus. Wie weet zegt hij nog iets bijzonders of nog beter; gebeurt er een wonder. Maar als het aan al die omstanders had gelegen hadden ze het wonder op die dag onmogelijk gemaakt. Want als ze Bartimeüs horen roepen snauwen ze dat hij z’n mond moet houden: “Houd toch je mond joh, je verstoort de optocht!”
Gelukkig laat Bartimeüs zich niet wegdrukken. Gelukkig roept hij juist nog hárder want hij is vol vertrouwen.
Zouden wij dat kunnen? Kunnen wij blind op ons geloof vertrouwen? Kunnen wij opstaan uit momenten van uitzichtloosheid? Want wat rest er nog als je het gevoel hebt buitengesloten te zijn?
Als je aan huis gekluisterd bent? Als je werk je uit handen is geslagen? Als je beperkt wordt door zoveel wat er allemaal NIET meer kan? Wij allemaal ervaren bij tijd en wijle de grenzen van ons kunnen. Wij allemaal ervaren dat we soms ontoereikend zijn in wat het leven van ons vraagt. Wij allemaal zien soms de schoonheid van het leven niet meer. De kunst is het dan om je niet te laten ontmoedigen door wat anderen tegen je zeggen. En vertrouwen te houden.
Als Bartimeüs zich had aangepast aan de omstanders dan had dit verhaal nooit de Bijbel gehaald. Nu wel! Nu komt Jezus in actie. Nu gebeurt er wat. Jezus is de enige in het verhaal die Bartimeüs in de ogen kijkt. Jezus is de enige die echt aandacht voor hem heeft.
Jezus zegt niet: houd je mond joh, ik wil liever niet dat je hier bent. Nee, Jezus stelt een open vraag en is belangstellend: “Wat wil je dat ik voor je doe?”.
Wat kan ik voor je doen? Dat is de meest wezenlijke vraag die je aan een medemens kunt stellen. Zeker een medemens die om hulp vraagt: Hoe kan ik je helpen? Het antwoord is even logisch als opmerkelijk. De blinde Bartimeüs wil weer zien. Hij wil weer meedoen in de maatschappij.
Het vervolg kennen we, hebben we zojuist gelezen. Bartimeüs ziet weer helder en kan breken met zijn oude leven. En, niet onbelangrijk, hij sluit zich aan om Jezus te volgen. Een voor de hand liggend en happy end. Maar zo happy is het einde niet. Dit verhaal stelt namelijk een kritische vraag aan ons!
Want, wie is er hier nu eigenlijk blind?
Was het niet Bartimeüs die als enige zag wie Jezus is? Was het niet Bartimeüs die als enige diep van binnen aanvoelde wie en wat Jezus vertegenwoordigd en waartoe Hij in staat is? En is Bartimeüs aan het einde van het verhaal niet de enige die Jezus écht volgt? Degene die geen meeloper is, maar iemand die kiest voor Jezus – die wil gaan in zijn spoor. Willens en wetens – met open ogen en een open vizier.
Ik denk dat het in dit verhaal ónze ogen zijn die geopend moeten worden. Het lukt ons, de omstanders, de menigte, vaak niet om de betekenis van Jezus te herkennen. Om vertrouwen te hebben in ons eigen kunnen en het licht van God vorm te geven. Vaak lukt het niet om het lef te hebben, oog te hebben, oog te krijgen voor zaken en mensen die we over het hoofd zien. Voor degenen die amper een plek hebben in onze maatschappij.
Bartimeüs opent onze ogen – zo hoop ik. Voor wat er echt toe doet – voor wie er echt toe doet. Zodat je leert zien waar de schoonheid van het leven te vinden is. Waar zit jouw blinde vlek? Aan wie kun jij de vraag stellen: Wat kan ik voor je doen? Waar zie je Jezus over het hoofd? Wat kun je betekenen voor zijn koninkrijk?
Laat dat ons gebed zijn: Eeuwige, zorg dat ik zie. Dat ik leer kijken met het licht van uw ogen.